Situatie in situ

3 August 2011, 19:8  (Reageer)

Gisteren was het een gekke, rommelige dag. Een dag die feitelijk al maandag begonnen was in Barneveld. 36 uur lang zijn we van hot naar her gereisd met een combinatie van auto, trein, vliegtuig, bus, roltrap, taxi, lift en Suzuki. Toen ik gisteravond mijn bed eindelijk bereikt had, wist ik van voren niet meer dat ik van achteren leefde. Mijn hoofd tolde (en het was echt niet van het Everest bier) en eenmaal horizontaal te rusten gelegd, ging het lichtje instantaan uit.

Overigens was het gisteren een fastastisch leuke dag. Natuurlijk was het raar om zoveel mensen te ontmoeten die je eigenlijk al wel kent, maar het was meteen ook heel gezellig. We hebben veel gepraat, samen gegeten (lekker!) en veel thee gedronken. De ritjes van en naar het hotel zijn een ware belevenis.

Vandaag werden we door de directeur zelf opgehaald in zijn glimmend blauwe Suzuki. In eerste instantie leek de auto wat klein voor de grote baas, maar na een ritje door Kathmandu was duidelijk waarom hij geen grote Saab had: dat zou niet passen in de kleine kriebelstraatjes van de stad. Ergens op een kruising raakten we in een akkefietje met een motorrijder verzeild. Er werd eerst getoeterd, toen boos gescholden, het raampje opengedraaid, nog meer gescholden en uiteindelijk trapte de boze (maar gehelmde) motorrijder een deuk in het spatbord van de verder zo onberispelijke Suzuki. Kennelijk een tamelijk dagelijkse aangelegenheid…

Het hotel hier is absoluut prachtig. Misschien was het 10 jaar geleden nog mooier, maar het is nog steeds een plaatje. Midden tussen allerlei kleine, morsige, maar oergezellige straatjes vereist ineens een gebouw als een paleis. De portiers (het zijn er meerdere!) begroeten je vriendelijk met een welgemeend ‘Namaste’, terwijl ze daar een plechtig handgebaar bij maken. De man bij de brievenbus lacht vrolijk en de dames bij de receptie lijken niets liever te willen dan ons met hun blik vriendelijk te onthalen.

De hotelkamer is rijk gedecoreerd en de vloer van de badkamer is met marmer betegeld. Het bed is zelfs voor een net gescheiden echtpaar groot genoeg en voor het grote venster zitten altijd minstens 10 duiven olijk te tortelen. Die duiven horen bij de kamer, denk ik. Toen ik gisteren voor het eerst op de kamer kwam, trof ik twee mannen bij het raam. De een hield een emmer vast en de andere was met een ijzer de duivenpoep van de balustrade aan het schrapen. De mannen spraken weinig Engels, maar wisten me met een helder ‘For the pigeons’ alles duidelijk te maken. Huisdieren hebben verzorging nodig, geen spijkers en prikkeldraad.

Morgen hoop ik wat foto’s te maken om de ‘situatie’ hier duidelijker te maken. Het straatbeeld is absoluut fantastisch. Zo nu en dan duikt er tussen het verkeer een verdwaalde koe op. Vanochtend nog rende er een koe voor onze auto langs, zijn baasje haastig erachteraan, grijpend naar het leidsel dat het rund hem had weten te ontfutselen. Naast koetjes en kalfjes lopen de straten hier ook vol met honden, duidelijk minder onder de indruk van al het toeterende verkeer dan ik. Op de stoepen wemelt het van de geïmproviseerde marktkraampjes en plaatselijke vuilnisbelten. Woorden schieten tekort, foto’s zouden het veel beter verklaren kunnen. Morgen misschien…

Doha!

1 August 2011, 22:8  (Reageer)

Het klinkt bijna als een blije uitroep. Doha! Een mooi alternatief voor ‘Johee’, ‘Hola’ of ‘Aha’. Kort, krachtig en innemend. Geen idee of al die mooie termen ook maar enigszins slaan op de stad die Doha is. Vanuit de lucht hebben we er net wat schimmen van kunnen zien. Lichtjes overal, grote compounds en bijna-rechte wegen.

De twee vluchten van vandaag verliepen voorspoedig. Geen noemenswaardige ongemakken, maar wel een lekkere maaltijd. Qatar Airlines beroept zich erop een 5-sterren airliner te zijn. Aan het eten lag het in elk geval zeker niet. We kregen bruingebraden kip met smakelijke puree en een boeketje groene groentes. Daarbij een smakelijke rauwkostsalade, stokbrood, crackers, een heerlijke brownie met sinaasappeljam en een heuse Mars als extraatje. Een paar uur later werd er nog eens een wrap met kruidige kipvulling achteraan gegooid, samen met een munchy. Aan eten geen gebrek dus.

Overigens vond ik het opmerkelijk dat er vooral Chinees cabinepersoneel was. Ik had stiekem gehoopt op Arabieren in rare gewaden, of gesluierde dames met 1001-nachtenogen. Misschien vliegen die liever niet. Zou best kunnen.

Over een uurtje vertrekt onze laatste vlucht richting Kathmandu. Om bij dat vliegtuig te komen zullen we zo wel weer de bus moeten pakken. Hier binnen, in de vertrekterminal van Doha Airport, is alles lekker koel. Maar toen we net buiten liepen, schrokken we toch wel even. Het is hier middernacht, maar nog steeds zo’n 35 graden buiten. Even vroeg ik me af of we niet te dicht bij de nog warme motor stonden, maar ook onderaan de trap van het vliegtuig was het nog broeierig warm. Hoe houden ze dat hier uit in die lange gewaden?

Klaar voor de start!

1 August 2011, 06:8  (1 Reactie)

De motorkap van de auto is nog warm. Of in elk geval aanzienlijk warmer dan de buitenlucht. Van de eerste dag van de laatste zomermaand had ik zelf wel meer verwacht dan een rillerige associatie met de eerste voorjaarsdag van het jaar.

Judica zit inmiddels in haar boemeltrein richting Ede, onderweg naar haar werk. Het zal voorlopig de laatste keer zijn dat we elkaar zien. In het echt, althans. Over iets meer dan twee uur vertrek ik richting Schiphol om daarvandaan in een etmaal durende trits van internationale luchtverbindingen naar het land van eindeloze hoogten en wijsheid af te reizen.

In Kathmandu wordt vandaag zomers weer verwacht. Met temperaturen tussen de 21 en 29 graden een typische augustusdag. Een paar regendruppels horen er wel bij, in deze tijd van het jaar, net als donderwolken. Niets waar we in Nederland onderhand niet aan gewend zijn. In de zomer, in elk geval.

Op het kantoor aan Gai Bacha Pati wachten een aantal collega’s mijn komst af. Overigens niet alleen die van mij. Twee andere collega’s uit het Westen worden ook met smart verwacht. Het zal raar zijn om die mensen, die ik al zo vaak gesproken en zelfs gezien heb, nu in het echt te ontmoeten.

Gewenning zal vooral ook het gebrek aan beeldruis behoeven. Vervormingen, op elke mogelijke wijze, zijn onderstussen een vertrouwd onderdeel van ons communicatiewezen geworden. In mijn herinnering bestaan hun gezichten uit vuistgrote blokken, hebben hun stemmen de vertrouwde blikken echo van C-3PO en bevat minstens één van de 5 woorden een typ- of spelfout. Het gebrek aan al die gebreken kon nog weleens vervreemdend blijken.

De motorkap zal nu wel zijn afgekoeld en de condens weer teruggekropen naar haar vertrouwde plek op de voorruit. Judica zit inmiddels op de fiets om de laatste etappe richting haar kantoor af te leggen. De grote hotelkamer in Kathmandu zal groot en leeg blijken…

Joseph en Ella

12 June 2011, 20:6  (Reageer)

“Het was vandaag een goede dag, Ella. Vanochtend ben ik al vroeg opgestaan: ik werd wakker van de merel in onze prunus. Ze zong zo hartstochtelijk. Even voor het ontwaken hoorde ik haar al. Haar liefdeslied mengde zich met mijn dromen. Ik werd wakker met een verliefd gevoel en ben met die warmte in mijn lijf maar uit de veren gegaan.

Omdat het zaterdag is, heb ik bij het ontbijt een eitje voor mezelf gekookt. Het eigeel een beetje zacht, maar het wit nog stevig. Een eitje zoals jij het graag zou hebben gegeten. Het toast was een beetje donker aan een kant. Jouw roostertalent heb ik nooit kunnen evenaren.

Op de markt scheen de zon. Toen ik langs de kaaskraam liep, betrapte ik mezelf erop zacht het lied van de merel nog te fluiten. Zo intens vrolijk en liefdevol. Ook als de zon vandaag niet zo hartelijk en intens was geweest, had ik mezelf warm en bemind gevoeld. Koos, de bakker uit het Zuiden, begroette me met een joviaal opgestoken hand. Het is geen man van veel woorden, maar hij raakt me wel. We zijn vrienden zonder elkaar ooit te hebben gesproken. Zo voelt het.

In het park heb ik wat koffie gedronken. Onze thermosfles is niet meer zo goed als vroeger. Hij lekt wat en houdt de koffie niet meer zo goed warm. Maar ik drink er graag uit. Elk kopje uit die fles smaakt naar het stadspark in Parijs waar we hem samen mee naar toe namen. Ik herinner me die middagen nog als de dag van gisteren. Het kleedje heb ik nooit weggegooid. Je vond hem zo mooi, mijn lieve Ella. Ik kijk nog vaak naar het kleed. Het ligt op de plank onder mijn hemden. Voor mijn gevoel is de paarse ruit wat vaal geworden. In mijn herinnering was hij feller, heftiger. Maar het is ook al zo lang geleden en mijn geheugen is niet meer wat het vroeger was.

Het kost me soms moeite je gezicht voor de geest te halen. Dan zie ik nog wel je zachte mond en lieve ogen, maar weet ik niet meer hoe je neus daar tussenin stond. Je foto biedt me dan wat houvast. Je weet wel, die op het dressoir. Ik spreek mezelf dan ferm toe om te voorkomen dat mijn blik vertroebelt en ik mijn zakdoek tevoorschijn moet halen.

Piet kwam me rond 3 uur gezelschap houden. Ik heb hem een kopje koffie gegeven en hij deelde wat van de boterkoek die z’n lieve Janna voor hem had gebakken. Ze zijn nog zo gelukkig samen. Volgend jaar zijn ze vijftig jaar getrouwd. Een onvoorstelbaar lange tijd. Piet sprak vandaag over de plannen die zijn twee zoons hebben voor het feest. Ik heb geprobeerd niet jaloers te klinken en blij voor hem te zijn.

Het was echt een goede dag, Ella. We hebben in het park nog een paar potjes gedamd. Ik heb zowaar zelfs twee keer gewonnen. Piet zat met zijn gedachten ergens anders, denk ik. Hij vertelde me dat het met zijn oudste kleindochter niet zo goed gaat. Ze schijnt kanker te hebben. Ze heeft lang gewacht met kinderen en heeft daarmee misschien haar kansen verspeeld, zeggen de dokters.

Voor het avondeten heb ik macaroni gemaakt. Ik gebruik jouw recept nog steeds. Jouw portie heb ik ingevoren voor een andere keer. Gek he, ik zou zo gemakkelijk alle hoeveelheden kunnen halveren, maar ik doe het nooit. Die ingevoren portie vergeet ik meestal, tot het vol ijs zit en helemaal stukgevroren is. Ik eet het dan toch maar op. Zo zonde anders.

Vanavond was er zo’n talentenshow op de televisie. Een van de meisjes deed me aan jou denken. Je kon zo mooi zingen. Ik had zo graag gezien hoe je onze kinderen in slaap had gezongen. Maar het liep anders en dat was ook goed. We hebben mooie reizen gemaakt samen, veel mensen ontmoet, jonge mensen ook. Anna spreek ik nog weleens. Ze woont nu in Amerika en doet iets met kinderen. Een lieve vrouw. Ze is een vrouw nu.

Ik ga zo slapen, lieve Ella. Voor ik zo inslaap, zal ik in gedachten je zachte haren nog strelen. Ik haal me vaak voor de geest hoe het was om tegen je aan te kruipen. Je had het in bed altijd zo koud. Achteraf gezien heb ik er toen misschien niet genoeg van genoten. Het was toen zo gewoon.

Het was een mooie dag. Maar ik heb je wel gemist. Niet zoveel als op andere dagen. Na al die jaren is dat gevoel natuurlijk wel wat weggesleten. Ik heb vaak mooie dagen waarop ik geniet van kleine dingen en niet in gemijmer blijf hangen. Vandaag ook. Kon je nog maar eens naast me liggen. Wat zou ik dan genieten om je tegen me aan te voelen, om je warm te houden. Misschien hierna, ooit.

Morgen zondag, een stille dag. Ik heb de krant vandaag bewust niet helemaal uitgelezen, zodat er voor morgen nog wat over is. Je zou trots op me zijn als je zag hoe goed ik tegenwoordig in cryptogrammen ben. Ik heb jouw kronkel overgenomen.

Ik hoop dat je nog weleens aan me denkt, daarboven. Soms voel ik me zo alleen en verlaten. Dan vraag ik me af of je er nog wel bent. Dat soort gedachten probeer ik zo snel mogelijk weer uit mijn hoofd te krijgen. Ze maken me heel bang en verdrietig. En natuurlijk denk je nog aan me. Onze liefde is niet stuk te krijgen. Toch? Slaap lekker, lieve Ella. Tot morgen.”

Alleen in het woud

29 January 2011, 21:1  (Reageer)

“Lange masten van met groen leven bedekte cellulose: ze voelen eerder als zijn ouders dan zijn vrienden. Vanuit hun kruinen klinkt geritsel en als de wind een boze bui heeft soms ook gekraak en geloei. Veel van het leven in dit woud negeert de bomen, gebruikt ze voor hun eigen kleine doelen: om kriebels uit hun pels te schuren, als schuilplaats voor bange dagen of als een smakelijke slijpsteen voor het gebit. Maar voor hem zijn het ankers, bakens die hem een gerust gevoel geven. Ze zijn niet zacht of spraakzaam, niet aanrakerig of vaderlijk, maar hun stille, rustige zijn geeft meer vertrouwen en richting dan al het vluchtige om hen heen.

Veel van de dieren in het woud leven in groepen van enkelen, soms ook tallozen. Ze kiezen er dan voor een leider in hun groep aan te wijzen en vormen dan een rangorde, zodat ieder zijn plaats kent. Die orde is volslagen arbitrair en vaak ook niet te begrijpen voor de lagere individuen in het systeem, maar hij heeft zijn functie. Of althans, dat is de geldende opvatting onder de sociale kruipers, sluipers, klimmers en gevleugelden. Voor hem is dat allemaal anders.

Omdat hij alleen in het woud is, hoeft hij zich om orde niet te bekommeren. Hij is groot genoeg om zich geen zorgen te hoeven maken over de andere bewoners van het woud. Dat lijkt in eerste instantie een hele luxe positie, maar de nadelen ervan kent hij beter dan hem lief is. Alleen zijn laat veel ruimte voor gedachten, voor vrees en angst, voor vragen ook vooral. Hij weet dat zijn leven niet zal eindigen in de bek van een wild dier en dat hij wijs en slim genoeg is om elke dag voldoende eten te vinden. Maar hoe zeker zo’n bestaan ook lijkt, zeker is het allerminst.

Zekerheid is een goede voedingsbodem voor twijfels. Twijfels over vragen die de dagelijkse zorgen overstijgen. Dit leven is goed. Misschien niet perfect, maar zeker niet slecht. Maar wat gebeurt er na dit leven? Als sterven geen wreed offer aan andermans lege maag is, wat is het dan wel? Is het een absoluut einde, is het een nieuw begin? En fouten ooit gemaakt, levens die ik genomen heb, zondes die ik heb begaan, vruchten van mijn schuldgevoel: worden mijn schulden vereffend of teruggevorderd? Als dood gaan geen gemakkelijk te begrijpen doel dient, als er niets mee gevoed wordt, pas dan wordt het echt iets dreigends, want het is het onbekende dat het meest gevreesd wordt.

En daarom zijn de woudreuzen zijn vrienden. Van alle leven tonen alleen zij zelfvertrouwen; lijken zij onoverwinnelijk en onaantastbaar. Want aan hun bast glinstert geen angstzweet, door hun kruinen schijnen geen zorgen. Als ze angst hadden, hebben ze die duidelijk overwonnen. Ze zijn fier en trotst, staan vastgeworteld en aanvaarden hun lot volledig. En dat is een goed voorbeeld. Want ook zij hebben geen vijanden, ook zij hoeven zich over dagelijks voedsel geen zorgen te maken. En desondanks, ondanks alle zorgen waarvan hij weet dat zo’n uitzondelijke positie die met zich meebrengt, toch lijken ze niet bezorgd.

Ze zijn zijn voorbeeld. Aan hen ontleent hij zijn mores: neem niet meer dan je nodig hebt, geef rijkelijk aan minder bedeelden, bied onderdak aan zwakkeren en voedsel aan de hongerigen. Naar hun voorbeeld leeft hij en hij voelt zich er zekerder door. De oude wijsheid van die knoestige heren geeft hem het vertrouwen dat in al wat de dood is, geen kwaad schuilt. Dat gewetensvol leven rust geeft. De bomen zijn niet zijn vrienden, want ze spreken nooit met hem, maar zijn wel de wijze ouders die hem het leven zijn waarde geven.”

Pagina 1 van 4812345102030...Oudste »