Hogerop gezocht
3 september 2010, 12:9 (Comments Off)
Sneller dan het licht of toch zeker sneller dan mijn maag aankon, raceten we vanochtend met een minivan van Penang naar Tanah Rata in de Cameron Highlands. Toen we ons ticket kochten, geloofden we nog 5 uur over de reis te zullen doen, maar na amper 3 uur reizen stonden we hier al om 9 uur op de stoep.
Gisteravond hebben we nog snel een guesthouse geboekt, voor onze gemoedsrust, maar ook omdat we er dan meteen door de minivan afgezet zouden kunnen worden. De vrouw die ons bij Kang’s Travelers Lodge ontving was allerhartelijkst. Het lodge is een echte backbackersplek: kleine kamers, gedeelde douches en heel veel plek om te zitten en te kletsen. Achterin is nog een barretje met pooltafel en plek voor een heus kampvuur. Het ziet er allemaal erg gezellig uit.
Nu zit Judica met een paar backpackers Duits te kletsen, maar vanmiddag was ze nog zo actief niet. Ik ook niet overigens. Vannacht hebben we erg slecht geslapen, mede omdat we wisten dat we heel vroeg op moesten staan: je slaapt dan in met onrust die je de hele nacht wakker houdt. Na een snelle lunch zijn we dan ook maar even op één oor gaan liggen. Onze kamer is klein (feitelijk alleen een bed), maar netjes en de koelte hier maakt slapen een stuk aangenamer.
Vanmiddag hebben we hier nog wat rondgewandeld. We hebben voor morgen een dagtrip geboekt, zodat we snel veel van de omgeving kunnen zien. We gaan onder andere de jungle in op zoek naar reuzenbloemen. Het is hier regenseizoen, dus ik hoop dat we het droog houden. Sowieso is het hier niet erg warm (want hoog), dus we zullen ons op wat minder mooi weer moeten kleden.
De avondmaaltijd hebben we weer bij een Indiaas restaurant genoten. Kip Tandoori met Naan brood, wederom alles met de handen te verorberen. Het blijft wat ingewikkeld, maar lekker was het zeker. Straks nog wat kletsen, misschien nog een spelletje pool spelen en dan onder zeil om fit te zijn voor ons avontuur morgen.
Jungle tocht…
2 september 2010, 15:9 (Comments Off)
Na gisteren gekleed te zijn op een lagen wandeling besloten we vanmorgen korte broek en slippertjes aan te doen. Alles is hier goed verzorgd en geasfalteerd, why should we?
Na een nieuw ontbijtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokosnoot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijskoude busreis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aankleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schrijven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en beginnen aan de wandeltocht.
Al vrij snel komen we tot de conclusie dat het fraaie wandelpad dat ons het park in leidt niet het hele park doorloopt. Na een kleine kilometer wordt het pad voor slipperdragenden onbegaanbaar en besluiten we maar om te keren. Stom, hadden we ons nu toch maar op jungle gekleed.
Eenmaal terug bij de ingang van het park ‘ontdekken’ we nog een klein bezoekerscentrum met een paar maquettes, opgezette dieren en hippe computerpresentaties. Leuk en misschien ook surrogaat voor de dingen die we in het park niet gezien hebben.
Door de verzengende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richting de strandboulevard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wandeling blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regendruppels te hebben geïncasseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strandboulevard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restaurants en glimmende hotels. We wandelen, inmiddels al wat hongerig, langs menig overprijsd eethuis, totdat we wat hoop aan de horizon ontwaren: een KFC!
Kentucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vinden. Tot onze vreugde vinden we vlakbij de KFC ook een foodcourt. Voor nog geen 4 ringgit per persoon krijgen we daar allebei een lekkere rijstschotel: Michiel met pittige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kipkluiven uit de states.
Veel strand zien we de rest van de middag niet meer. Het weer is wat druilerig geworden en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we eenmaal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en frissen ons op, om dan de avond in Little India door te brengen.
In Little India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond worden, is het een grote feestelijke boel. Kraampjes buiten, wierrooklucht, Hindoestaanse muziek, heel gezellig. We eten een pannenkoekbroodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tandoori restaurant. Daar eten we (zonder bestek, slechts met de handen) nog wat naanbrood met kip. Erg lekker!
Morgen reizen we af naar de Cameron hooglanden. Om zes uur in de morgen wel te verstaan. Een goede reden om wat bijtijds te gaan slapen dus. Een slaapadres hebben we maar vast geboekt, want vanaf morgen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweepersoonskamer met gedeelde badkamer. Het zal ons benieuwen…
4×4=60
1 september 2010, 13:9 (Comments Off)
Onze hotelkamer heeft geen ramen. Dat hebben we op onze reis al weleens eerder gehad, alleen was ik alweer vergeten hoe lastig dat is. Zonder ramen heb je op de kamer geen enkel besef van tijd. Vanochtend werden we dan ook later wakker dan we dachten. Op Koh Tao werd ik meestal rond 8 uur vanzelf wel wakker, maar hier wees de klok al 10 uur aan voordat de luiken open sloegen.
Gelukkig hadden we voor vandaag geen hele wilde plannen. Voornaamste activiteit, zo stelden we ons voor, zou een treinritje Penang Hill op worden. Vanochtend dus, na een Europees ontbijt hier ergens in de straat, op richting busstation.
Ons was in het hotel verteld dat we bus 204 zouden moeten nemen, maar eenmaal bij de bushalte aangekomen vertelde een man van Rapid Penang ons dat het bus 10 zou moeten worden. Hij vertelde ons dat de bergtrein naar de 800 meter hoge top van Penang Hill tot het eind van het jaar uit de running is en de enige manier naar boven momenteel met een 4x4 jeep is.
Maakt niet uit. Wij zijn blij in bus 10 gestapt en kwamen na een uurtje (het was niet ver, maar de bus deed er gewoon lang over) aan bij de botanische tuinen van Penang. Daar troffen we inderdaad een stelletje jeeps aan compleet met groen geüniformeerde chauffeurs. 60 ringgit voor een retourtje. Dat is best veel, een euro of 15, zeker voor een ritje van 5 kilometer. Maar na een uur met de bus wilden we ons niet meteen uit het veld laten slaan. Naar boven dus maar.
De weg omhoog was erg steil, soms wel 30%. Onderweg kwamen we nog wat aapjes tegen die gezellig op de reling zaten te spelen. Boven aangekomen was het uitzicht aanvankelijk wat mistig, maar na een paar minuten trokken de wolken weg en kregen we een mooi uitzicht op Georgetown. Bovenop de heuvel is verder niet zo heel veel te doen. Er is een Hindoe tempel en een moskee. Verder nog een paar gesloten restaurants.
Na een uurtje weer terug naar beneden dus. Toen nog een uurtje terug met bus 10 (een ritje van maar 2 ringgit per persoon, overigens) en op weg naar het Penang State Museum. Daarvan hadden we gelezen dat het mooi en goed ingericht was. En dat viel niet tegen. In het museum was het een en ander te lezen en zien van de verschillende bevolkingsgroepen in Penang en Maleisië. Interessant en leerzaam.
Voor het avondeten maar weer terug naar het foodcourt waar we gisteravond ook al gegeten hebben. Dit keer geen sushi, maar wat ‘Westers’ eten. Kip met rijst, een lekker sausje, voor Judica wat patat en voor mij met spaghetti. Erg lekker. Maar morgen eten we Maleis, heus!
De hoogste tijd
29 augustus 2010, 12:8 (Comments Off)
Aan alle goede dingen komt een einde. Dat in tegenstelling tot ellende, waar soms maar geen eind aan lijkt te komen. Maar het was een mooie tijd hier op Koh Tao en dus moest het moment van afscheid een keer komen. Eergisteren hebben we voor het laatst gewerkt en gisteren is een groot deel van onze spullen al gewassen en ingepakt. Vandaag reste dus eigenlijk alleen nog een rondje gedag zeggen.
Een hele wilde dag hebben we er eigenlijk niet meer van gemaakt. We hadden weinig inspiratie. Hadden we gisterochtend nog wat haast om op tijd bij het postkantoor te zijn (onze studieboeken wilden graag al naar huis), vanochtend wachtte er niemand op ons. Dus: laatste ontbijtje, laatste douche, laatste kopje koffie, laatste vijf minuten op het bankje voor het huis, laatste toiletbezoekje, laatste keer bezemen enzovoorts. Het verbaasde me overigens nog hoeveel rotzooi we in drie maanden tijd toch in dat kleine huisje hebben weten te slepen. Maar het is nu allemaal weer weg.
Sommige spulletjes hadden we niet meer nodig, maar waren nog te goed om weggegooid te worden (waaronder een prachtige waterkoker). Die hebben we apart gehouden en ‘doorgeschoven’ naar vrienden die nog op het eiland blijven (al zijn ze er nu allemaal even niet). Toen nog een afscheidspakje voor Ed gemaakt. Een grote fles Tiger bier met twee ansichtkaarten (en een losse Chang kroonkurk en Schweppes bliklipje). Het zijn misschien valse sentimenten, maar het leek ons toch een goede manier om de gezellige drankjes bij zonsondergang aan het eind van een dag in het water te gedenken.
Vanmiddag hebben we nog een laatste rondje Sairee gemaakt. Even wat winkeltjes bekeken, over het strand gelopen en ‘beach front’ geluncht. Daarna gunden we onszelf nog een massage. Het immers maar een keer de laatste dag op Koh Tao. Allebei een heerlijke oliemassgage Thai stijl. Heel ontspannend en de eerste Thaise massage voor Judica.
En dan de scooter: die moest natuurlijk ook weer terug. Maar niet voordat alle bagage het huis uit versleept was. Ik heb het ritje van het huis naar het dorp dus een paar keer op en neer gereden. Een goede manier om niet teveel acht op het ‘laatste ritje op Koh Tao’ te slaan. De motorfiets had nog een paar krasjes opgelopen, dus we moesten dokken. Gelukkig niet idioot veel, maar gezien de afmeting van de krasjes toch nog altijd veel. Ach, een bekend probleem hier op Koh Tao.
Nu zitten we voor de laatste keer bij Pranee’s Kitchen, te wachten totdat onze zondige Summer Burgers ons komen begroeten. Vier minuten geleden is de eerste avondfilm, dit keer ‘Fun with Dick and Jane’ (?) begonnen. Tot pak ‘m beet half 9 blijven we hier wat rondhangen, daarna gaan we de boot op. Die vertrekt dan om 9 uur voor een 8 uur durende vaart naar Suratthani, Zuid-Thailand. Dan met een minivan de grens met Maleisië over op zoek naar nieuw avontuur in Penang. Eerlijk gezegd zijn mijn reisvaardigheden na 3 maanden rust en gemak wel wat roestig geworden, dus helemaal gerust ben ik er nog niet op. Maar dat komt snel genoeg weer goed…
Aanvaring
22 augustus 2010, 10:8 (Comments Off)
De ventilator blaast me wat koelte toe. Het baat weinig. Mijn hoofd is heet van woede, frustratie en angst. Achter de tralies ligt een ‘felang’ op één wit oor zacht te ronken. We wachten op de politie. Aan het bureau zit een Thaise man wiens officiële functie me volledig ontgaat. Naast me zit de echtgenote van de Thai die een half uurtje eerder nog lag te kermen op het hete asfalt.
Ik heb al geprobeerd de situatie uit te leggen. De lijntekening, achterop een of andere notitie in onleesbaar handschrift, is daarvan getuige. Het geeft de hoofdstraat weer met daaraan de zijstraat waarvan wij op onze scooter kwamen aangereden. Voor de zekerheid en om te laten zien dat ik me van alle verkeersregels bewust was, staan op de tekening ook een stopbord voor de zijstraat en een snelheidslimiet voor de hoofdweg gekrabbeld. Ik moet heftig aandringen om in Engels aangesproken te worden. “Speak English, I don’t speak Thai. Speaking Thai is impolite!”
Al een aantal keer heb ik aangegeven dat ik best wat geld wil geven zodat haar echtgenoot zijn medische kosten kan betalen, maar dat ik zeker niet van plan ben om schuld te aanvaarden of te beloven een idiote doktersrekening voor mijn rekening te nemen. Ik leg nog maar eens uit dat wij netjes stil stonden, maar dat meneer veel te hard reed en daardoor niet tijdig kon remmen. Bovendien verdenk ik hem ervan wat gedronken te hebben. Dat alles wordt verstaan, maar niet beantwoord.
Het geld dat ik aangeboden heb is te weinig, wordt me steeds verteld. Ik moet wachten op de politie en de hele doktersrekening betalen, wat die ook moge bedragen. Als ik vraag of ik buiten mag wachten wordt me dat bruut geweigerd. Mevrouw en de onduidelijke man achter het bureau spannen samen in hun poging mij dat duidelijk te maken. Ik kijk nog eens naar de ongelukkige tourist achter de tralies en dring niet verder aan.
Dan bedenk ik me dat ik misschien wat hulp zou kunnen gebruiken. Direct na de aanrijding had ik de sleutels van de scooter al aan Judica gegeven en haar gevraagd naar huis te gaan. Beter om het alleen te regelen. Je weet het met die Thai nooit. De telefoon zit nog in Judica’s tas en die staat inmiddels thuis. Ik besluit het erop te wagen en de pafferige bureau-Thai om een belletje te vragen. Uit mijn portemonnee pak ik het kaartje van de duikschool en ik vraag of ik het nummer dat erop staat mag bellen.
Het visitekaartje wordt uit mijn hand genomen en bestudeerd. De Thai en mevrouw overleggen en ik hoor ze de naam van de Thaise eigenaar van de duikschool noemen. Misschien een bekende van ze? Ik weet dat hij in aanzien staat, maar of dat me helpt? Het telefoontje hoef ik niet meer te plegen. Mevrouw draait als een blad aan de boom om in de wind en begint over geld. Op mijn bod van 50 euro ontving ik nu ineens een tegenbod: 75 euro, dat zou moeten volstaan. Ik besluit eieren voor mijn geld te kiezen en niet meer over geld te zeuren. Uit mijn zorgvuldig verborgen gehouden portefeuille haal ik het geld. Iedereen kijkt opeens weer vriendelijk en nu de zaken gedaan zijn wordt er gegroet. Mevrouw biedt me een ritje naar huis aan en ik besluit maar een stukje mee te rijden, gewoon om goede wil te tonen.
De laatste kilometer loop ik naar huis. Ik weet dat Judica op me wacht en waarschijnlijk ongerust is. Alles ging zo snel dat ik geen tijd had gehad te zien of ze zich bezeerd had. Alles leek okee, maar toch… Eenmaal thuis blijkt alles in orde. Judica was natuurlijk bezorgd, geen idee hebbend wat er te gebeuren stond. Wonder boven wonder blijkt onze scooter bepaald niet de schade te hebben geleden die meneer wel te incasseren had gekregen. Zonder krassen staat hij op z’n vertrouwde plek onder de boom.
Ik vertel Judica dat alles met een sisser is afgelopen. Meneer had een paar nare schrammen op z’n linkervoet opgelopen, maar de voet zelf was verder niet gebroken, hooguit wat gekneusd. Een vliegensvlugge röntgenfoto had dat terwijl ik op het bureau zat uitgewezen en mevrouw was niet te onvriendelijk om me dat weetje te onthouden. Wiens schuld het nu precies was blijft onduidelijk. Wij stonden netjes te wachten om de kruising op te draaien, maar moesten dat door de steilte van de zijweg wel al op de kruising doen. Meneer reed veel te hard. Hij lijdt nu de pijn en wij zijn een dagbudget armer. Zand erover en niet meer over praten.