Rust, regelmaat en prestige

Sinds afgelopen maandag heb ik weinig gedaan. Min of meer noodgedwongen. Ik moest me een beetje rustig houden van de dokter. Op zich is een beetje rust en regelmaat wel lekker, maar een beweeglijke geest als de mijne gaat zich dan toch al snel vervelen. Hoewel ik me nog niet helemaal top voelde, ben ik vanmiddag toch maar weer naar mijn werk gegaan. Toen ik vanavond thuis kwam, lag er een brief van ‘Prevend’ op de mat. Prevend is een club van mensen die niet kunnen spellen en zich mateloos druk maken over verzuim.
 
Ofschoon ik een hele heldere verklaring voor mijn afwezigheid gegeven had, zijn ze toch bang dat er misschien een patroon in mijn ziekmeldingen zit. Of ik op het matje wilde komen, zodat we "samen kunnen werken aan minder verzuim". Ik zal ze moeten teleurstellen, want m’n andere verstandskies moet er ook uit. Er is dus een patroon en het is dan ook onvermijdelijk dat we ons daar eens even grondig over nadenken. Misschien moeten we een reïntegratieplan maken. Of misschien moet ik tijdelijk maar wat minder gaan werken? Laatste keer heb ik ze een boze brief geschreven. Dat is me op een reprimande van de personeelsfunctionaris komen te staan. Dit keer onderga ik het maar lijdzaam.
 
Ik was gisteravond trouwens nog even naar de film. "The Prestige" ditmaal. Een vriendin van me had hem warm aanbevolen en met enig recht. De titel kon ik niet helemaal plaatsen, maar het blijkt dat ‘prestige’ de goochelaarsbenaming is voor de clou van een truc. Het kon dus niet missen of de film was zelf een grote goocheltruc. Jammer genoeg was het eindje een beetje scooby-doo’erig (een vent die z’n baard afdoet en een ander blijkt te zijn), maar ik heb evenzogoed twee uur lang genoten van de sfeer en trucs.

Eruit! (2)

Hij is eruit! En het was verbazingwekkend eenvoudig. Een beetje boren en een beetje wroeten… langer dan 5 minuten zal het niet geduurt hebben. De chirurg vroeg of ik hem nog wilde hebben. Wat moet je nou met een verstandskies? Over het nut ervan als hij in je kaak zit, is men het al niet zo erg eens, maar het nut van zo’n kies aan een kettinkje of in een doosje…?
 
Ik heb best een grote mond, maar op het moment pas ik een beetje op hem tever open te trekken. Normaal gesproken ben ik daar ook wel voorzichtig mee, bang om iemand te kwetsen. Maar nu is het vooral een fysieke beperking die me tegenhoudt. En angst om mezelf te kwetsen, bovendien. Ik was al gewaarschuwd. Op het stenciltje dat de assistente me gaf was al zoveel te lezen of mijn mond zou een tijdje wat tegenstrubbelen. Hopelijk is het morgen beter. Ik heb zin om in dingen te bijten…

Een ander leven

Ik heb mijn kans gemist. Vannacht had het kunnen gebeuren. Maar ik verspeelde mijn beurt, ik liet de buit voor een ander achter. Wat bezielde me? Het was zo makkelijk. Ze was zo makkelijk. Zat van al het bier en de flauwe gesprekjes die ze kennelijk al twee uur had geconsumeerd, drukte ze haar morsige boezem tegen me aan. "Ik had van de week mijn eerste rijles." Ze reed tegen m’n bovenbeen op. "Ik mocht meteen al de brug over." Ze bracht haar hoofd dichter bij het mijne. "Donderdag heb ik weer rijles." Wellustig friemelde ze wat aan haar haar. Ik was aan zet. Naar ik me heb laten vertellen was dat het moment waarom de avond draaide. Een begerige vrouw die kronkelend om een beetje eenvoudige aandacht vraagt. Een vrouw die er zonder zich nog om haar trots te bekommeren gewoon om vraagt bemind te worden.
 
Ik wende me tot de barman, bestelde 3 biertjes en een colaatje voor mezelf. Die ‘move’ ging weliswaar ten kosten van mijn ’score’ (ik stond nu 3-1-0 achter), maar redde mijn eer en die van een iets-te-achteloos meisje. Waarschijnlijk begrijp ik het gewoon allemaal niet. Ik leef in een andere wereld. Een wereld waarin je je zegeningen telt in plaats van de grietjes die je achteloos je tong hebt aangeboden. Misschien word ik nog eens volwassen en leer ik scoren als een echte man. Tot die tijd zal ik me moeten behelpen met de kleine romantiek in deze grote wereld…

Machteloos, onwetend

Vragen stellen is goed. Of dat is me althans geleerd. Jonge mensen moeten kritisch zijn. Dat is me aanbevolen. Als je iets niet begrijpt, laat van je horen. Dat klinkt zo verstandig. Maar nu zit ik ermee. Al een aantal dagen word ik gekweld door een listige vraag. Voordat de vraag in me opkwam, was mijn leven overzichtelijk. Ik was even onwetend als nu, maar besefte me dat niet. Nu ik weet hoezeer ik in het duister tast, pas nu voel ik me dom en onmachtig.
 
Want sommige vragen laten zich niet zo eenvoudig beantwoorden als ze zich laten stellen. Gisteren had ik een college waarvan de volle twee uur benut werden om een bepaalde soort logica uit te leggen. Het bleek niet moeilkijk om een logica te verzinnen. Het bleek ook verrassend eenvoudig om wat logische symbooltjes aaneen te rijgen. Maar dan de vraag naar de betekenis van het opgeschrevene… Dat bleek verbazingwekkend moeilijk te beantwoorden. Hoe kan het dat de som van twee eenvoudige handelingen zo’n moeilijk vraagstuk oplevert?
 
Zo is het ook met mensen, denk ik. Het leven van een mens op zich is best overzichtelijk. Als je maar zorgt dat je darmen bezig blijven, komt alles wel in orde. Maar voeg twee mensen samen en de grootst mogelijke problemen ontwikkelen zich. Ze vinden elkaar al dan niet leuk, vragen zich af of de ander ze al dan niet leuk vindt, ze vragen zich af wat ze nou eigenlijk voelen en wat ze alleen maar denken. Zulke lastige vragen doen zich helemaal niet voor in het leven van een onsamengestelde ziel. Waarom neem ik eigenlijk niet gewoon genoegen met een eenvoudig, overzichtelijk bestaan? Is het de aard van het beestje…?

Meer dan ik heb

Jarenlang had ik voor mezelf het idee dat het ‘not done’ is om anderen om hulp te vragen. Dat deed ik dus ook niet. Toen mijn vader overleed en ik hulp van een psycholoog kreeg aangeboden, heb ik hem geweigerd. Hulp aanvaarden doet afbreuk aan… Ja, aan wat eigenlijk? Het is een vraag waar ik nog steeds het antwoord niet op weet. Wat verlies je als je iemands hulp aanvaardt? Trots misschien. Maar wat levert trots op behalve een ellendig gevoel in je buik? Misschien is het een soort angst om faalbaar te zijn. Hulp aanvaarden is je eigen onvermogen bekennen. Het is bijna net zoals met nare gedachten: zolang je ze niet opschrijft of uitspreekt, bestaan ze niet.
 
Als je pubers zou moeten illustreren wat de betekenisnuance tussen de koppelwerkwoorden ‘hebben’ en ‘zijn’ is, dan zou het makkelijkste voorbeeld zijn dat wat ik mezelf zo vaak voorhoudt: "Wat ben ik toch een enorme lul!" Ik verwijt mezelf dat best vaak. En het is ook waar. In al mijn grootheidswaan trap ik regelmatig iets kleins en moois kapot. Zo wijs als ik soms denk te zijn, zulke domme dingen roep ik vaak. Zo oud als ik meen dat mijn ziel is, zo infantiel zijn de plannen die ik met enige regelmaat verzin. Net heb ik weer een uur zitten leuteren, op zoek naar het beste ‘plan’ om mijn ‘doelen’ te bereiken. Als er een prijs voor zelfingenomenheid in het leven geroepen wordt, dan lijkt het me terecht dat ze hem naar mij vernoemen…

Next Page →