Onder het mes
Gek genoeg dacht ik dat een operatie zoiets kon zijn als: uitkleden, spuitje, beetje snijden hier en daar, wakker worden, in de ogen van een mooie zuster kijken en weer naar huis. De dokter die ik vanmiddag sprak bevestigde wel de hoofdlijnen van mijn visie, maar wist daar nog een aantal interessante, maar minder prettige zaken aan toe te voegen: wachten, zetpil, tampons in je neus, overgeven, pijn, twee weken ellende. Toch grappig hoe zo’n toevoeging van iets leuks iets afschuwelijks kan maken. Nou ja, niks meer aan te doen.
Wel fascinerend dat ik straks twee dagen lang met tampons in mijn neus mag lopen. Het is een unieke kans om kennis te maken met het leed dat de vrouwheid al een kleine 80 jaar ervaart. Ik stel me zo voor dat het inbrengen van de tampons niet zoveel problemen zal geven. Waarschijnlijk gebeurt dat nog terwijl ik slaap. Maar als dan twee dagen later de tampons weer uit mijn neusgaten getrokken worden, dan komt vast en zeker de grote confrontatie: wat er maagdelijk wit in gegaan was, komt er dan vol met bruinrood, opgedroogd bloed weer uit. Ik moet er trouwens wel even erg in hebben aan de chirurg te vragen of hij die touwtjes van de tampons af wil knippen. Lijkt me heel onhandig met eten als er van die draadjes voor je mond bungelen…
Schoon leeg
Potverdorie, wat een dag. Ik vertrok vanochtend om 7 uur. Nu, 12 uur later, wacht ik op mijn pizza. Ik ben net thuis. Als je rekent dat mijn reistijd vandaag niet meer dan een uur was, dan heb ik best lang op mijn werk gezeten. Het was de moeite waard, maar ik voel me nu uitgeknepen als een Ballerinadoekje.
Vanmiddag heb ik nog even zitten snikken aan het water. Weet niet goed waarom. Er zat een onrust in me die er na een ochtend lang vergaderen uit moest. Hoe het precies zit weet ik niet, maar verandering vergt kennelijk nogal een emotionele inspanning. Het was echt een prima dag vandaag, niets op aan te merken. Maar die spanning moet er ergens toch uit. Het voelde wel als een overwinning. Een mijlpaal bijna. Maar morgen zal ik wel van tenminste twee mensen te horen krijgen dat ik dat soort revelaties beter niet op kan schrijven. Kinderachtig om de schuld bij mij te leggen. Ze moeten dat soort uitspraken maar gewoon niet lezen…
Stom toevallig expres
Ik was bij Michelle van’t weekend. Het was heel gezellig en ik heb me weer kostelijk vermaakt. Dat is geen nieuws, het is eerder een plakkerig goedje dat aan haar kont hangt (over welk lichaamsdeel overigens geen kwaad woord!). Wat ook aan haar plakt, maar nog pas sinds kort, is Utrecht. Ze woont sinds een maand of wat in een stad die sinds dit weekend een aantal anonieme briefjes rijker is.
Onderweg naar Utrecht, een treinreis die heel kort kan lijken in een gezellige coupé en tergend lang duurt in het gezelschap van een stel schreeuwlelijken, heb ik me stierlijk zitten ergeren aan een tweetal luidruchtige heren. Een walkman had ik niet bij me, het boek had ik nog niet gekocht en tegenover me zat geen sappige dame om me gedurende de treinreis mee te vermaken. Een weldenkende man moet dan dus zijn vertier zoeken in een andere verheffende bezigheid. Zo kwam ik er dus gistermiddag toe een stuk of vijf gezellige, maar anonieme briefjes aan mijn medemens te schrijven. De strekking van de briefjes is niet zo van belang (ik zou zeggen, probeer er een te pakken te krijgen als je écht graag wilt weten waarover ze gaan), maar ik heb ze met veel plezier in wat boeken in Utrecht verstopt. De Utrechtenaar die bladert in "Het boek met alle antwoorden", zal blij verrast zijn te ontdekken dat de vraag "Ontmoet ik ooit de man van mijn dromen?" met het boek verrassend eenvoudig beantwoord kan worden…
Een 7: extra geluk
Het is geen cijfer om overdreven trots op te zijn, maar ik ben er wel blij mee: ik heb een 7 voor mijn eerste tentamen van dit jaar! Het was nogal een moeilijk tentamen en ik had er eigenlijk te weinig voor gestudeerd, maar ik ben heel blij dat ik het toch netjes gehaald heb. En als optimist zou je nog kunnen zeggen dat een 7 halen voor je eerste tentamen ook een vorm van ‘extra geluk’ is. Een 8 of 9 was natuurlijk leuker geweest, maar had niet zo’n ‘gelukkig’ getal geweest…
De afgelopen week stond overigens sowieso in het teken van studie. Ik ben druk bezig geweest om mijn afstuderen in gang te zetten. Dat stond op de planning, maar bleek toch nog een hoop werk te zijn. Maar gelukkig is mijn afstudeervoorstel goedgekeurd. En ik heb er ook wel goed vertrouwen in dat mijn vakkenpakket door de examencommissie zal komen. Wel een opsteker. Jammer genoeg heb ik nu wel een beetje last van m’n hoofd en mijn maag. Spanning, waarschijnlijk. En, o ja! ik word volgende maand aan mijn neus geopereerd…
Een man
"Het schemert nog. Een eenzame man steekt de straat over. Nog voor hij het zebrapad helemaal af is, rijdt een auto op een gemoedelijk drafje achter hem langs. Eenzaamheid is voor deze man geen probleem. Het is een deel van hem. Elk mens bestaat uit vele delen, sommige daarvan vervullen hem met trots, andere probeert hij als iets beschamends aan ieders zicht te onttrekken. Maar voor deze man is eenzaamheid het enige deel dat er wezenlijk toe doet. Het is wat hij koestert.
Een dag eerder zat de man in een café. Het liep tegen een uur of 7 ‘s avonds toen er een vrouw binnenstapte. Ofschoon de vrouw geen bekende van hem was, zette zij zich zonder aarzeling naast hem op een kruk. Na een korte stilte - een minuut of vijf, niet veel meer – begon ze haar verhaal. Kennelijk was het haar er meer om te doen de geschiedenis van zich af te praten dan dat ze er wezenlijk interesse in had er met iemand over te spreken. De pauzes die ze zo nu en dan in haar verhaal liet waren steeds te kort om te doen denken dat ze een reactie verwachte. Haar verhaal was redelijk samenhangend. Helemaal duidelijk was het hem niet, maar het ging kennelijk om haar ex-echtgenote. Ze was hem onverwachts tegengekomen en het rendez-vous had in beiden meer losgemaakt dan ze verwacht had. Naïef natuurlijk om te denken dat je na een huwelijk uit elkaar kunt gaan en elkaar dan later kunt treffen alsof je vage kennissen bent.
Eenmaal aan de overkant van de straat denkt hij terug aan dat opmerkelijke verhaal van de avond tevoren. Het gebeurde vaker dat men hem aansprak. Het was niet eens zo zeldzaam dat mensen een hele geschiedenis aan hem vertelden. Misschien dat ‘opbiechten’ een beter woord is. Maar nooit eerder had een dergelijk gesprek hem zo onnatuurlijk voorgekomen. Op een bepaalde manier voelde hij zich gebruikt. De vrouw had hem niet betaald voor het toehoren, maar het had gevoeld alsof hij de vrouw een dienst bewees zoals een hoertje dat bij haar klanten doet. Zo erover nadenkend besefte hij dat de vrouw instinctief de eenzaamheid in zijn hart moet hebben bespeurd en hem op basis daarvan als slachtoffer voor haar klaagzang had uitgekozen. Het was niet onprettig, bijna verfrissend.
Aan het eind van de straat is het rechts en dan de derde deur aan zijn linker hand. De man stapt naar binnen, hangt zijn jas aan een van de haakjes tussen de deur en de brandblusser, veegt eenmaal grondig zijn schoenen af aan de mat en loopt naar zijn plaats. De eerste cliënt staat al op hem te wachten. Gedachteloos schuif hij de ruit opzij en staat de man voor zijn loket te woord. Een onsamenhangend verhaal volgt. Leges worden betaald en een dienst geleverd. In eenzaamheid heeft hier niemand interesse. Men kiest hier niet voor elkaar, men is gedwongen elkaar te spreken. Het is zakelijk. Nog 8 uur."


