Een dagje in het park
Poe hee, dat valt nog niet mee, zo’n dagje in het park. Het park op zich viel overigens reuze mee, maar de mensen waren in dit geval voor de lastposten. Het oorspronkelijke plan was om vandaag met een busje het park in te rijden en dan een wandeling van zo’n 3 kilometer te maken. Het busjes moest gehuurd worden en voor de wandeling was een gids nodig, dus we hadden al zo’n donkerbruin vermoeden dat er complicaties zouden kunnen komen.
Vanochtend hebben we in detail naar de mogelijkheden gevraagd. Dat wil zeggen, onze tolk Lo. Een taxibusje was geen probleem en zou om 1 uur ‘s middags kunnen arriveren. Ook een gids kon voor die tijd geregeld worden en de prijs leek redelijk. Tot die tijd zouden we dan nog naar wat aapjes en schildpadden kunnen gaan kijken. Het klonk allemaal goed.
De aapjes bleken leuke beestjes te zijn. Ze werden – à la Pieterburen – opgevangen en gecoacht om terug te keren naar een wild bestaan. In het opvangcentrum waren allerlei soorten slingerapen opgevangen. Leuk en prettig te weten dat men zich hier actief inspant om bedreigde diersoorten op te vangen. De schildpadden waren wat sloom vanochtend, maar ook het aanzien wel waard. Na een kleine donatie kregen we wat voer om een paar grotere exemplaren in de vijver te voeren. Ze hadden aanvankelijk barweinig interesse en moesten echt een beetje op gang geholpen worden. Het voer moest bijna letterlijk hun bekjes in drijven wilden ze toehappen.
Maar toen! Teruggekomen van de schildpadden en goed getafeld wachtte ons een verrassing. Ofschoon we vanochtend niets geboekt hadden, bleek de taxi ons al op te wachten. Dat zou op zich geen probleem geweest zijn, als we niet even tevoren hadden besloten de toer te laten schieten vanwege het weer en de algehele loomheid die over ons was gekomen. Het annuleren van een reeds gearriveerde taxi bleek een groot drama. Er moest bijna een uur over gesproken, geruziet en gediscussieerd worden, zowel in het Engels als in het Vietnamees. De taxichauffeur wilde geld zien, maar waarvoor? Er was nog geen dienst geleverd. Enfin, een heel gedoe met als einde (mede dankzij het kordate ingrijpen van onze Israelische vriendin) een taxichauffeur die met de staart tussen zijn poten afdroop.
Daarna maar wat gewandeld. Een pup die ons al eerder had gevolgd, volgde ons mee dieper het park in. We noemden hem Trotzky en hebben hem veelvuldig geknuffeld. Het werd een wat luie middag die alleen door een klauterpartij naar een uitkijktoren nog wat zweetdruppels te voorschijn wist te toveren. Niet onaangenaam, overigens wel heel mooi.
A bit Hannoying and ‘a Long Bay
Tjonge, dat waren me een paar bijzondere dagen. We waren als aangekondigd op een driedaagse trip naar Ha Long Bay. Dat was ook wel even nodig, want Hanoi is een heftige stad. Ik kon de rust van het dobberen op een baai eerlijk gezegd wel even gebruiken. Ons tripje bestond er uit in Ha Long City op een boot (een jonk, wel te verstaan) te stappen en daarvandaan de wereldberoemde baai van Ha Long op te varen (waar volgens de legende een draak de zee is in gegleden en een heel bijzonder spoor van scherpe eilandjes achterliet). Op de boot zouden we dan overnachten om de dag daarop nog wat gekke dingen te doen en dan ‘s avonds in een hotel op een eiland te slapen.
Twee Nederlanders die we in het ho(s)tel ontmoet hadden gingen mee op de trip, dus dat was meteen al gezellig. In de bus en op de boot ontmoetten we nog twee andere stellen: een (jong) echtpaar uit Israel en twee tropische dames uit Australië. Met z’n achten hebben we dikke pret gehad. Overigens, de tour was zelf ook al dik de moeite waard.
De baai van Ha Long is ongelofelijk. Hij was wat mistig, maar daarop waren we door eerdere bezoekers ervan al voorbereid. De eilanden zijn grillige gevormd en steken als dwaze obstakels uit de zee. Heel bijzonder, zeker vanaf een kleine boot. Onze hutten op de boot bleken van alle luxe voorzien te zijn, dus ook op dat front vielen we met onze neus in de boter. Na een indrukwekkende toch op de baai kregen we een bijzondere grot voorgeschoteld. Als een soort grote muil vormde het uitspansel een bijzondere ruimte in een berg. Binnen werd met mooie verlichting het samenspel van stalachtieten en –mieten onder de aandacht gebracht. Met wat fantasie kon je in sommige van de punten vreemde wezens en dwergvolken herkennen. Overigens lieten sommigge uitsteeksels zich ook prima als (hoe prozaïsch) falussen duiden. Het was al met al een wonderlijk samenspel van ingehouden adem, oh’s en ah’s en gegiechel.
Na een nacht op de boot, die met karaoke werd ingeluid, werden we wakker in de sprookjeswereld die de duisternis ons de dag tevoren had doen vergeten. Prachtig. Een ontbijtje verder togen we richting het eiland Cat Ba, dat voor de helft tot nationaal park is verklaard. Even inchecken in ons hotel aldaar (de elfde verdieping, wat een uitzicht!) en we konden op weg gaan naar onze klauterwandeling in het park. Door een soort half-jungle klommen we richting een roestige uitzichttoren hoog op de berg. Eenzaam stond hij daar, zonder ruimte voor stalletjes, bankjes of andere touristische opsmuk. Heel puur en vol roest. Het bordje ‘maximaal 5 personen tegelijk’ gaf weinig vertrouwen. Zonder piepen van de toren (maar met een paar klaaglijke geluiden van ondergetekende) werd het uitzicht bereikt. Prachtig allemaal.
‘s Middags dan nog een boottochtje naar Monkey Island. De naam deed mij (en anderen) direct aan een beroemd computerspelletje van de late jaren negentig denken. Het eiland bleek niet al te groot en vooral uit een strand en ontoegankelijke rotsen te bestaan. Oh, en apen natuurlijk. Schattige, maar behoorlijke pittige beestjes die er niet voor terugdeinsden om een vervelende tourist over het strand achterna te jagen. De gids (eigenlijk Van geheten, maar vanwege zijn lengte meestal Minivan genoemd) waarschuwde ons dat te dicht naderen van de aapjes weleens op een bezoekje aan het ziekenhuis zou kunnen komen te staan. Enige voorzichtigheid was dus geboden, maar na wat wederzijdse werderwaardigheden te hebben uitgewisseld, kwamen mens en aap steeds nader tot elkander. De wederwaardigheden bestonden overigens voornamelijk uit voedingsmiddelen…
De avond op het eiland Cat Ba bestond uit een vrolijke mengelmoes van rijst met stokjes en bier met een stoelmassage. Oh, en wegens een internationale stroombesparingsactie was er ook nog een klein uurtje kaarslicht. Heel gezellig allemaal. Met een treurig gevoel namen we de laatste ochtend langzaamaan achscheid van het eiland, de baai en onze nieuwe vrienden. Een prachtig avontuur vol romantische grotten, spetteren in kayaks, kletsen met jan-en-alleman en luid gelach…
Kort bericht uit Hanoi
Even een kort berichtje vandaag vanuit Hanoi. Dit was onze eerste hele dag in de hectiek van deze wonderlijke stad. Vandaag zijn we diverse Nederlanders tegengekomen, waaronder een studiegenootje van Judica en zijn we opgelicht door een taxichauffeur. Het eerste is wat mij betreft wonderlijker dan de zaak met de taxi: chauffeurs zijn nu eenmaal boeven. De man liet ons 14 euro betalen voor een ritje dat eigenlijk hooguit 5 euro had moeten kosten. Niets aan te doen, de meter is de baas.
Vanochtend zijn we (met de taxi) naar het Ethnologisch museum (oid) aan de rand van de stad geweest. Prachtig gebouw, nog heel recent, en een heel interessante collectie. In het museum was van alles te lezen en zien over het dagelijks leven van de diverse minderheisgroepen die in Vietnam leven, waaronder de Thai, de Khmer en de Cham. Buiten was een openluchtmuseum ingericht met daarin voorbeelden van huizen. Erg leuk om te zien en goed gedaan ook.
De rest van de middag hebben we wat rondgehangen in de stad, de geuren en geluiden in ons opnemend. Ik kan nog niet erg wennen aan de hectiek hier. Het constante getoeter en geronk op straat verdwijnt nog niet vaak genoeg in mijn achterhoofd en maakt me wat moe. Het zal wel wennen.
Voor de komende drie dagen hebben we een tour naar de Halong baai geboekt. Dat is een werelderfgoed dat zeer de moeite waard schijnt te zijn. Een baai met daarin duizenden zeer wonderlijke eilanden. We gaan met de boot er doorheen, grotten bezoeken, wandelen en nog wat meer. Belooft een mooie tocht te worden.
Het grootste deel van onze spullen blijft achter in het hotel hier. Wel een beetje spannend, al zijn de hoteneigenaren beslist te vertrouwen. Met een minimale bepakking verdwijnen we morgenochtend in alle vroegte voor drie uur in een bus, om daarna met een groepje van pak ‘m beet 16 man (waaronder nog 2 Nederlanders uit ons hotel) de tourist uit te gaan hangen. To be continued…
Reiziger zijn
Vijfentwintig dagen onderweg. Judica en ik zijn reizigers geworden. Nog nooit ging ik zo lang op reis. Vanavond luister ik voor het eerst naar muziek op mijn MP3 speler. Ik verveel me niet, er gebeurt altijd wel iets en als er even niets gaande is, is dat met opzet om te rusten.
Buiten schieten landschappen voorbij. Nu donker, eerder nog verlicht door een zon die de afgelopen dag steeds warmer is geworden. We kruisen de kreeftskeerkring en komen in subtropisch gebied. Alles verandert en tegelijkertijd blijft er ook zoveel hetzelfde.
Naast me ligt mijn rugzak. Mijn huis. Inmiddels weet ik de weg in huis. Ik sjouw al meer mee dan toen ik uit Nederland vertrok. Een nieuwe broek uit Peking, ook een paar t-shirts. Onderweg heb ik drie speldjes verzameld, één met het trotse gezicht van de grote Khan, wat sterren en een paleis op rood uit China en een statig gebouw uit Irkutsk. Maar niet alles heeft het gered. Een thermometer moest achterblijven omdat hij rode tranen plengde en mijn bruine afritsbroek heeft onbedoeld een niet-zo-sexy open kruis gekregen.
Het leven was tot nu toe conformtabel. Aankomen, dat levert wat stress op. Je weg zoeken. Waar kunnen we eten kopen? Waar kunnen we ‘s avonds iets bikken? Wat is leuk? Steden zijn dan makkelijk. Nu trekken we door naar Vietnam. Voorlopig mijden we de steden een beetje, want stadsmoe. Maar in steden spreekt men Engels, is alles veilig en eenvoudig. Buiten wordt het handen-en-voetenwerk. We houden ons beeldwoordenboek paraat.
Vanmiddag hebben we kennelijk eendenmaagjes gegeten. Het was wat taai, maar zag er beslist smakelijk uit. Ik dacht aanvankelijk een soort rundvlees op de schotel te hebben zien liggen. We hadden geen idee wat te bestellen en wezen dus maar iets bij iemand aan. Interessante gewaarwording. Het was smakelijk, maar wetende wat het was had ik het nooit besteld. In Vietnam eten ze alles. Vrijwel letterlijk. Sommige diersoorten worden door de Vietnamese eetlust zelfs bedreigd.
Nog een uurtje of drie eer onze trein halt houdt in Nanning. We maken ons klaar om China te verlaten. Vietnam lonkt. Maar weg zijn we nog niet. Reizigers moeten zelf voor hun vervoer zorgen. Hoe komen we in Vietnam? De trein, waarschijnlijk. Maar zijn er niet ook bussen? Misschien is dat wel goedkoper? Hoe lang doet zo’n bus er dan over? Comfort? Toch maar de trein doen dan? 35 dollar is niet veel voor een treinreis. Hoe staat het trouwens met ons dagbudget? Leven we niet te duur? Maar ach, vandaag hebben we maar zes euro uitgegeven, dus dat gaat dan toch wel goed? Allemaal vragen.
Onze Chinese reisgenoot snurkt. Veel mensen snurken. Naarmate mensen dichterbij bij je oor slapen, snurken ze harder. Dat is de regel. Gelukkig heb ik oordopjes bij me. Treinbanken slapen overigens toch niet echt lekker, dus veel slaap mis is door de zagerij eigenlijk niet. Nog een paar liedjes luisteren en dan zelf ook nog even op een oor gaan. Wij zijn reizigers.
Het grootste treinstation van Azië
Klein trauma gisteravond. Groot gebouw. Heel groot gebouw. Gisteravond om 18:46u vertrok onze trein vanaf Beijing West naar Nanning (zuid China). We hadden geen idee dat Beijing West groter zou zijn dan het centrale station. Sterker nog, we hadden niet gedacht op het grootste treinstation van heel Azië terecht te komen. Het was een indrukwekkende ervaring. Gewapend met slechts een vertrektijd en treinnummer (T189) kwamen we in de inmense vertrekhal terecht. Het voelde meer als een vliegveld dan als een treinstation, om eerlijk te zijn.
Enfin, we troffen een groot scherm. Vier kolommen met treinnummers en tijden gaven de gang van zaken voor de komende uren weer. Ofschoon we ruim op tijd waren, stond onze trein al in de eerste kolom aangegeven. Afgezien van ‘T189’ en ‘18:46’ herkenden we tussen alle Chinese symbolen verder niets dan een ‘9’. Geen idee waar dat op sloeg. Perron, dachten we? Maar op het station was nergens een vermelding van perrons te zien, alleen ‘waiting rooms’. Op naar wachtkamer 9 dan maar.
Wachtkamer 9 deed niet onder voor een gemiddelde vertrekhal op Schiphol. 8 rijen met stoeltjes en ladingen mensen, allemaal bepakt alsof ze lang op reis wilden gaan. Verder langs de muren stalletjes met eetwaren en wat te drinken. Behalve een heren– en damestoilet troffen we tot onze vberbazing ook nog een ‘boiler room’ waar mensen hun noodles konden bereiden. We sloten plichtsgetrouw maar aan in wat een rij leek voor trein T189. Want goddank, ons treinnummer stond op een van de vier informatieborden in de hal vermeld.
Na een half uurtje wachten werden we verrast door mannetjes in het rood. In de hoop wat wijzer te worden, toonden we hen onze treinkaartjes. Meteen enthousiast gebaarden ze ons mee te lopen. Mijn tas werd, na een paar gromgeluiden van verbazing over het gewicht, op de schouder van een van de mannetjes geholpen. Bij de ingang van de hal werden de tassen op een wagentje gelegd en naar een balie geracet. Wij holden gespannen achter onze bagage aan: wat gaan ze doen? Bij de balie kregen we twee ‘tokens’, zoals je die ook bij een garderobe zou krijgen, in ruil voor 10 yuan. Geen idee wat het plan verder was, liepen we — angstig dat onze tassen met kleding en eten in een bagagewagon zouden verdwijnen - achter het mannetje aan.
Wat toen gebeurde was echt verbazingwekkend: we schoten ergens een deur door en belanden daarmee op een lange gallerij boven de sporen. Veel sporen. Het rode mannetje vond moeiteloos de weg naar het perron met onze trein en stopte het wagentje bovenaan de lange trap. We moesten de tokens weer teruggeven. Ik zocht nog naar een lift of een teken dat we onze tassen weer op onze ruggen moesten hijsen, toen het mannetje (amper 70 kilo zwaar) het gewichtige wagentje langs een te smal hellinkje de trap af liet glijden. Hij moest al zijn gewicht in de strijd gooien en daarbij ongeveer 45 graden achterover leunen om het karretje in bedwang te houden. Het leek onmogelijk.
Heelhuids beneden aangekomen raceten we verder naar onze wagon, alwaar we – na alle commotie eindelijk gerust – de trein instapten. Onze 4-persoonscoupé bleek nog leeg. Pas een paar uur later (we lagen toen al onder de wol) kwamen er nog twee Chinezen bij. De oudste van de twee (Niu) sprak een paar woordjes Engels en heeft ons het grootste deel van de dag beziggehouden. Hij liet me Chinese wijn proeven (niks wijn, gewoon sterke drank!) en probeerde ons een paar simpele dingen uit te leggen, waaronder het feit dat onze trein kennelijk twee uur vertraging heeft opgelopen, ergens vannacht. De aankomsttijd van de trein is volgens het spoorboekje half 12 ‘s avonds, maar dat wordt nu dus ergens midden in de nacht. Dat wordt een korte nacht…


