Een stel
Het dopje werkte niet bepaald mee, dat kon je zien. Zonder van haar getergdheid blijk te geven, morrelde ze nog maar een keer aan het tuitje van haar bidon. Ik zelf zat in de tussentijd van mijn lasagne te eten. Aanvankelijk had ik een plekje wat verderop uitgezocht, maar het licht beviel me daar niet. Te wit, een beetje klininisch. Het tafeltje waaraan ik nu zat stond haaks op alle anderen. Behalve op een gezette vrouw die met haar drankje worstelde, keek ik recht uit op de snelweg. Rond etenstijd is er van snelheid op de rijksweg langs Delft weinig sprake. Fietsers zijn op de grote weg niet toegestaan, maar zouden ze zich op de vluchtstrook hebben begeven, dan hadden ze met gemak de meeste auto’s in kunnen halen.
Ik ben er nog niet helemaal uit of de vrouw daar zat samen met haar man of met haar zoon. Aan haar handen te zien was ze nog niet zo oud. Ofschoon wat bleek, waren haar vingers nog rimpelloos en vlezig. Als mensen ouder worden, zie je dat het eerst aan hun handen. Die worden taaier. Ja, ‘taai’ is denk ik het goede woord. Zij had de handen van een vrouw die nooit zwaar werk had hoeven verrichten. Als die man haar echtgenoot was, dan heb ik met hem te doen. Zijn gezicht was gegroefd en hij keek als gekweld toe hoe de vrouw - wat ze ook van hem mocht wezen - op haar eigen onverzorgde manier aanwezig was.
Sommige vrouwen staat grijs haar heel mooi. We hebben zo’n minister, ze heeft een mooie zachte G: bij haar staat grijs prachtig. Maar deze vrouw had beter voor wat meer kleur gekozen. Dat wil zeggen, voor wat haar kapsel betreft. Die trui was dan juist weer te fel. Het rood legde de nadruk op verkeede plekken. Diverse.
Na vijf minuten pielen met haar flesje gaf ze het op. Wat een vrouw van haar leeftijd in een restaurant moet met een bidon, is me overigens een raadsel. De man die zo zichtbaar moeitevol haar gezelschap was, had eerder al een verwoede poging gedaan haar uit te leggen hoe zo’n drinkfles dan toch werkt. De fles theatraal aan zijn lippen gezet, zoog hij er (even waarachtig als men in films kust) een paar keer stevig aan. Voor zijn voorstelling werd de man niet bedankt, de vrouw nam de fles pinnig terug in haar bezit. Alsof ze nooit anders van plan geweest was schroefde ze de zuigdop van de fles en schonk het gele sportdrankje in een glas.
Een man
"Het schemert nog. Een eenzame man steekt de straat over. Nog voor hij het zebrapad helemaal af is, rijdt een auto op een gemoedelijk drafje achter hem langs. Eenzaamheid is voor deze man geen probleem. Het is een deel van hem. Elk mens bestaat uit vele delen, sommige daarvan vervullen hem met trots, andere probeert hij als iets beschamends aan ieders zicht te onttrekken. Maar voor deze man is eenzaamheid het enige deel dat er wezenlijk toe doet. Het is wat hij koestert.
Een dag eerder zat de man in een café. Het liep tegen een uur of 7 ‘s avonds toen er een vrouw binnenstapte. Ofschoon de vrouw geen bekende van hem was, zette zij zich zonder aarzeling naast hem op een kruk. Na een korte stilte - een minuut of vijf, niet veel meer – begon ze haar verhaal. Kennelijk was het haar er meer om te doen de geschiedenis van zich af te praten dan dat ze er wezenlijk interesse in had er met iemand over te spreken. De pauzes die ze zo nu en dan in haar verhaal liet waren steeds te kort om te doen denken dat ze een reactie verwachte. Haar verhaal was redelijk samenhangend. Helemaal duidelijk was het hem niet, maar het ging kennelijk om haar ex-echtgenote. Ze was hem onverwachts tegengekomen en het rendez-vous had in beiden meer losgemaakt dan ze verwacht had. Naïef natuurlijk om te denken dat je na een huwelijk uit elkaar kunt gaan en elkaar dan later kunt treffen alsof je vage kennissen bent.
Eenmaal aan de overkant van de straat denkt hij terug aan dat opmerkelijke verhaal van de avond tevoren. Het gebeurde vaker dat men hem aansprak. Het was niet eens zo zeldzaam dat mensen een hele geschiedenis aan hem vertelden. Misschien dat ‘opbiechten’ een beter woord is. Maar nooit eerder had een dergelijk gesprek hem zo onnatuurlijk voorgekomen. Op een bepaalde manier voelde hij zich gebruikt. De vrouw had hem niet betaald voor het toehoren, maar het had gevoeld alsof hij de vrouw een dienst bewees zoals een hoertje dat bij haar klanten doet. Zo erover nadenkend besefte hij dat de vrouw instinctief de eenzaamheid in zijn hart moet hebben bespeurd en hem op basis daarvan als slachtoffer voor haar klaagzang had uitgekozen. Het was niet onprettig, bijna verfrissend.
Aan het eind van de straat is het rechts en dan de derde deur aan zijn linker hand. De man stapt naar binnen, hangt zijn jas aan een van de haakjes tussen de deur en de brandblusser, veegt eenmaal grondig zijn schoenen af aan de mat en loopt naar zijn plaats. De eerste cliënt staat al op hem te wachten. Gedachteloos schuif hij de ruit opzij en staat de man voor zijn loket te woord. Een onsamenhangend verhaal volgt. Leges worden betaald en een dienst geleverd. In eenzaamheid heeft hier niemand interesse. Men kiest hier niet voor elkaar, men is gedwongen elkaar te spreken. Het is zakelijk. Nog 8 uur."


