Klaar voor de start!

De motorkap van de auto is nog warm. Of in elk geval aanzienlijk warmer dan de buitenlucht. Van de eerste dag van de laatste zomermaand had ik zelf wel meer verwacht dan een rillerige associatie met de eerste voorjaarsdag van het jaar.

Judica zit inmiddels in haar boemeltrein richting Ede, onderweg naar haar werk. Het zal voorlopig de laatste keer zijn dat we elkaar zien. In het echt, althans. Over iets meer dan twee uur vertrek ik richting Schiphol om daarvandaan in een etmaal durende trits van internationale luchtverbindingen naar het land van eindeloze hoogten en wijsheid af te reizen.

In Kathmandu wordt vandaag zomers weer verwacht. Met temperaturen tussen de 21 en 29 graden een typische augustusdag. Een paar regendruppels horen er wel bij, in deze tijd van het jaar, net als donderwolken. Niets waar we in Nederland onderhand niet aan gewend zijn. In de zomer, in elk geval.

Op het kantoor aan Gai Bacha Pati wachten een aantal collega’s mijn komst af. Overigens niet alleen die van mij. Twee andere collega’s uit het Westen worden ook met smart verwacht. Het zal raar zijn om die mensen, die ik al zo vaak gesproken en zelfs gezien heb, nu in het echt te ontmoeten.

Gewenning zal vooral ook het gebrek aan beeldruis behoeven. Vervormingen, op elke mogelijke wijze, zijn onderstussen een vertrouwd onderdeel van ons communicatiewezen geworden. In mijn herinnering bestaan hun gezichten uit vuistgrote blokken, hebben hun stemmen de vertrouwde blikken echo van C-3PO en bevat minstens één van de 5 woorden een typ- of spelfout. Het gebrek aan al die gebreken kon nog weleens vervreemdend blijken.

De motorkap zal nu wel zijn afgekoeld en de condens weer teruggekropen naar haar vertrouwde plek op de voorruit. Judica zit inmiddels op de fiets om de laatste etappe richting haar kantoor af te leggen. De grote hotelkamer in Kathmandu zal groot en leeg blijken…

Tussen mal en dwaas

Het landschap is er beslist mooier op geworden. Sinds gisteravond zitten we weer op de trein, dit keer van Irkutsk (Rusland) naar Ulaan-Bataar (Mongolië). Een gekke reis. Net hebben we een nogal uitgebreid douaneformulier ingevuld. Mongolen zijn kennelijk nogal gesteld op uitvoerige documentatie. We moesten precies opgeven welke valuta we bij ons hadden, of we radioactieve spullen bij ons droegen en welke radioapparatuur er allemaal in onze tassen zaten. Een heel werk. Gelukkig waren de formulieren, in tegenstelling tot de Russische, wel allemaal in het Engels.

Het afscheid van Jane en haar familie in Irkutsk gisteren was moeilijker dan gedacht. In een korte tijd (die overigens een eeuwigheid leek te duren) waren we best op elkaar gesteld geraakt. We voelden ons erg welkom. De hartelijkheid en gastvrijheid waren overweldigend. Jane heeft ons gisteravond naar het station begeleid. Omdat we ruim op tijd waren, hebben we haar nog het ‘Ghot express’ café kunnen laten zien waar we onze eerste, vroege uren in Irkutsk hebben doorgebracht. Ze bleek er nog nooit geweest te zijn en dat gaf ons dus eindelijk de kans om haar ook iets te laten zien.

Overigens bleek mijn overmoed gisteravond wel: ik dacht onderhand redelijk Russisch te kunnen spreken, zeker voldoende goed om een paar pannenkoekjes met jam te bestellen. Enthousiast probeerde ik ‘blini sa djzamom’. Na me kort wat vaag aangekeken te hebben, kreeg ik de indruk dat ze de bestelling had begrepen. Afgerekend en terug bij de tafel aangekomen, wachte ik blij mijn bestelling af. Na een paar minuten kwam mijn bestelling: een houten plank met gietijzeren schaal gevuld met gefrituurde deeghapjes en rauwe uien. Zo goed was mijn Russisch kennelijk toch niet.

Over een half uurtje paspoortcontrole. Ik ben benieuwd. Het proces duurt 3 uur en schijnt nogal grondig uitgevoerd te worden. Toeval bepaalde dat we in een coupé met een ander Nederlands stel terechtkwamen, dus er wordt hier uitvoerig gesproken over het leven op de trein en de spanning voor alle douanepraktijken wordt gedeeld. Een malle boel hier…