Shark love
Het eiland is een paradijsje. De omgeving (voor het eerst echt in de Caribean), de mensen (en alle talen die op 2 vierkante km gesproken worden), het eten en de bars (Mango colada is echt heerlijk) en het onderwaterleven. We beginnen al een beetje in het ritme te komen, vanmorgen lekker in een bamboedakhutje aan de zee ontbeten en op naar de duikschool. Het is raar om niet te hoeven werken, ik voel me zelfs een beetje schuldig. Zij zorgen dat er volle tanks op de boot komen en leggen de duikspullen voor ons klaar. Het enige wat wij hoeven te doen zijn de loodgordel, vinnen en het masker meenemen. Wat een luxe.
Helaas met een grote groep op pad, het was toch wel luxe op Koh Tao met max 4 pers. per DM. Enfin, onder water is het heerlijk en ik houd afstand van de minder ervaren duikers om te voorkomen dat ik door hun vinnen geraakt wordt. We zien mooie dingen, de duik is goed maar niet echt specatulair… trumpetfish, cowfish en een grote langoeste.
Na een kort interval op het land, waarbij ik puppy ‘Gypsy’ vertroetel vertrekken we weer. Als we in het water liggen en afdalen tikt Michiel me aan, onder ons zwemt een prachtige verpleegsterhaai (nurseshark) en ze blijft ons de hele duik volgen. Ik merk dat ik bijna dezelfde gevoelens voor de haai krijg als ik voor puppies heb. Het verbaast me, want de haai kan ik beter niet aanraken (ivm bacterien van land waartegen ze geen weerstand heeft) en ze luistert ook niet echt. We komen nog een Lionfish tegen; hier zijn lionfish niet zo gewenst, ze eten alle vissen op en halen zo hele riffen leeg totdat er alleen lionfish zijn. Er hangt dan ook een bordje: save the ocean, eat a lionfish. het is een niet inheems vissoort die geen natuurlijke vijanden heeft. Gary (onze DM) verteld ons dat hij probeert om de verpleegsterhaaien de lionfish te laten eten. Vaak nemen ze een speer mee zodat ze de lionfish kunnen doden en voeren ze ze dan aan de haaien (of laten ze achter). Ik kreeg bijna de slappe lach onder water toen Gary probeerde om de verpleegsterhaai met geluid ertoe te bewegen de lionfish op te eten.
Verder nog prachtige roggen gezien en vanavond nog een nachtduik. Nu zitten we heerlijk ontspannen op ons balkon met zeezicht. Het leven is goed, en dan te bedenken dat we over een week alweer thuis zijn. Dus nu nog maar extra genieten en aan mijn kleurtje werken.
Pintje in de pool
Het leven als duikmeesters (want ook ik ben inmiddels klaar met mijn opleiding), is tamelijk eentonig. Ik klaag niet, want ik houd wel van een beetje regelmaat. ‘s Ochtends naar de duikshop, materiaal uit het washok opruimen, tassen voor de duikers klaarzetten, een paar nieuwe duikers ‘aankleden’ in de materiaalkamer, kopje koffie, duiken, materiaal spoelen, met de duikers wat over vissen praten en hun logboeken invullen, dan misschien nog een biertje drinken met de duikstaf terwijl de zon in de zee zakt… geen vervelende regelmaat.
Toch is het leuk als er zo nu en dan even iets anders gaat. Na een stressvolle dag in het water en in de shop (‘hoe staat de pet van de baas vandaag?’) gaan we meestal op een van onze vaste stekkies wat eten: schnitzel bij Bam Bam, curry bij Pranee’s, fried rice bij Tukta of een gevulde omelet bij Yang’s. Maar gisteren niet: we waren uitgenodigd voor de pool party bij David Jones’ Locker, de duikschool waar de hoog-technische vriend Kris van onze Nederlandse instructrice Marielle werkt. Elke vrijdag is het daar feest in en rondom het zwembad. Met gratis barbeque!
Wij stonden natuurlijk vooraan voor een paar verseverbrande spiezen met grote stukken kip, paprika en ui. Heerlijk! En na spies, maïs, gepofte aardappel en wat gekeuvel richting zwembad. Feitelijk geen grote verandering, want de bar grenst letterlijk aan het water. Vanuit het water een pilje bestellen heeft z’n hele eigen charme. Judica’s waterdichte camera mocht mee en we hebben in alle meligheid dan ook de nodige malle kiekjes gemaakt. Zo zijn er plaatjes van Judica die probeert op een opblaasbare banaan te klimmen, beelden van duikinstructeurs die (verloofd en al) toch hun ogen niet van al het vrouwvolk af kunnen houden en natuurlijk een aantal obligate gekke bekken.
Oh, en ik ben een klein handeltje begonnen. Op het eiland worden kaarten met de meest voorkomende vissen verkocht. Handig om uit te leggen (of na te zoeken) wat er beneden zoal zwemt. Zelfs de meest eenvoudig uitgevoerde kaarten gaan nog voor 600 baht (15 euro) over de toonbank. Dat kan natuurlijk ook anders. Na 5 dagen achter de computer (Judica: is het nou nog niet klaar? ik mis je!) alle vissen op een rijtje gezet te hebben, heb ik vandaag bij een klein drukkerijtje op het eiland mijn eigen viskaarten laten maken… voor een fractie van de prijs. Nu zien of ik mensen kan interesseren om mijn kleine geplastificeerde almanak voor 200 baht aan te schaffen. Zij blij, ik blij. Zo zie je maar, ook in het paradijs wordt handel gedreven. Had ik trouwens al gezegd dat we hier tegenwoordig elke dag flinke hoosbuien hebben? Het paradijs is een beetje ontregeld…
Samen onder
Je zou zeggen dat samen een opleiding tot duikmeester volgen ook betekent dat je vaak samen duikt. Mis! Judica en ik duiken bijna nooit samen. Assisteren bij de cursus van een instructeur doe je meestal alleen en onze programma’s lopen noodgedwongen nogal eens uiteen. Des te leuker is het dan ook als we toch weer eens samen onder kunnen gaan.
Gisterochtend maakten we een dubbele duik bij Chumphon Pinnacle, een van de diepere en verder afgelegen duiklocaties van Koh Tao. Een dubbele duik daar is als een klein feestje, want het is er erg mooi en zo vaak komen we er niet.
Jammer genoeg is het water op veel plaatsen rondom Koh Tao de laatste tijd wat troebel. Het regent hier ‘s nachts nogal eens en daardoor spoelt een hoop viezigheid het water in. Maar op onze dubbele duik was het water best heel helder! Gemakkelijk konden we een meter of 15 vooruit kijken. Meer duikscholen hadden plannen op dit mooie plekje en toen we kopje onder gingen zagen we in eerste instantie meer duikers dan vissen. Het leek wel alsof we een school duikvissen zagen. Bijzonder, maar ook een beetje jammer.
De eerste van de twee duiken konden we niet samen maken, maar de tweede duik was het pret. Judica nam een leitje mee om wat van de rotsen in kaart te brengen en ik kon haar vanuit mijn eigen herinnering al wat rondleiden. Met z’n tweeën duiken is heel bijzonder. Met meer mensen voelt het toch al snel als een soort excursie, maar als je maar op één iemand hoeft te letten, ben je veel vrijer. Zegt je intuïtie ‘linksaf bij de volgende rots’, dan kun je dat gewoon doen en hoef je niet in conclaaf met de duikleider.
We zagen allerlei mooie dingen onder water: grote baarzen en garnalen, kleine gele kubieke visjes, veel gestipte en gestreepte visscholen en prachtige roofvissen. Heel aangenaam. En nog leuker: omdat we samen waren konden we ook ongestoord onderwater eens een knuffel of een (moeizaam) kusje uitwisselen. Niemand die het ziet of die het stoort.
Landrottig
“De boot is stuk!” Dat bericht bereikte ons vanochtend via-via in de duikshop. De reparaties duurden de hele dag en zijn waarschijnlijk pas morgen klaar. Verplicht een dagje aan de wal blijven dan maar. En dat is best raar, want we zijn onderhand behoorlijk aan het ritme van het duikmeesterbestaan gewend geraakt. Elke dag rond 9 uur naar de shop, spulletjes inpakken en klanten helpen in te pakken. Dan nog wat lummelen, Internetten en kletsen en richting de boot. Op de boot een ochtendduik en daarna een fruitsnack. Na de middagduik volgt dan nog wat nakaarten, zonnebaden en opruimen. Een makkelijk en regelmatig bestaan.
Enfin, vandaag bleven onze flippers dus droog. En dat is eigenlijk helemaal niet erg. Ik heb vandaag wat tijd met m’n neus in de boeken gezeten. Er slingeren allerlei leuke boekjes rond in de duikshop vol met info en plaatjes. Judica werd het lummelen rond de middag zat en is in de namiddag nog maar wat gaan snorkelen met Chris en Sara. Dat is het gemakkelijke van zo’n klein tropisch eiland: de zee is altijd op loopafstand.
Omdat we zo’n ordelijk leven leiden is er eigenlijk maar heel weinig te melden. Misschien dus wel leuk om een klein inkijkje in het onderwaterleven te geven. Toen ik voor het eerst ging duiken had ik nogal mijn bedenkingen over het hele onderwatergebeuren. Al die spullen, al dat water boven je, ademhalen onder water… Heel veel vragen en bedenkingen. Inmiddels hebben Judica en ik een hoop bijgeleerd en weten we dat de apparatuur die we gebruiken uitermate veilig en betrouwbaar is. Duiken is door de technische vooruitgang een zeer veilige hobby geworden (wereldwijd gebeurt op slechts 0,04% van de duiken een ongeluk). En ademhalen onder water is eigenlijk lang niet zo moeilijk als ik had gedacht.
Eigenlijk is duiken een soort onderwater tai-chi: de essentie van een goede duik is rust. Snelle bewegingen zijn uit den bozen. Ga mee met de stroming, laat de benen bungelen, de armen vallen en geef de schouders rust. Judica en ik hebben minder hoofdpijn, nekpijn en andere lichamelijke ongemakken dan ooit te voren. Met een uitzondering: mijn hoofd zit vol bulten van het doorlopend stoten tegen de lage deuren en plafonds op de boot. Je kunt natuurlijk niet alles hebben.
Morgen gaan we hopelijk weer het water in, maar de kansen zijn 50/50. De lagers van het roer moeten vervangen worden en omdat de onderdelen daarvoor van het vaste land moeten komen, kunnen de reparaties pas morgenochtend beginnen. Maar veel langer moet het toch niet duren. Ik mis de engelvisjes en de deining van de zee en krijg al wat last van landrot…
“Dive from hell”
Gisteren hebben we al heel wat mensenlevens gered, maar dat was feitelijk kinderspel vergeleken met de goede daden die we vandaag verricht hebben. Onze tweede dag van de Rescue Diver cursus stond in het teken van het ‘echte werk’. Vanochtend eerst in ondiep water een paar bewusteloze duikers naar het strand slepen. Het was een heel gedoe en gesjouw. Terwijl we de duikers (Gloria en Misha waren vrijwilligers) mond-op-mond beademden, moesten we hen en onszelf ontdoen van hun duikuitrusting. Daarna mochten ze als aardappelzakken op onze rug gehangen mee het strand op. Het is hier op het eiland zonder uitzondering warm, dus je kunt je voorstellen dat ons bij al dit gehannes behoorlijk het zweet uitbrak.
Al een paar dagen wordt door duikinstructeur Ed gefluisterd over de ‘dive from hell’, het epitoom van ellende onder water. Of althans, zo werd het gepresenteerd. In werkelijkheid bleek het vooral dolle pret. Met z’n vijven gingen we op pad voor een ‘hele gewone’ duik. Al bij het optuigen op de boot werd er druk gespeculeerd op wat er allemaal los en mis zou kunnen gaan. Eenmaal onder water kregen we de volle laag: volgelopen maskers, paniek, wegdrijvende flippers, een stikstofdronken duiker die vissen probeert te beademen, vechten onder water, verloren loodgordels, gaat u zo maar door. Gelukkig waren we er telkens op tijd bij en konden we al het gesimuleerde leed op deskundige wijze verhelpen. We zijn kortom geslaagd voor de test, nota bene bij slecht zicht in troebel water!
De Nederlandse enclave die Impian Divers heet stond vandaag natuurlijk voor nog een andere uitdaging: Nederland-Denemarken. Voor zover er onder personeel en studenten animo was (verbazingwekkend veel duikers hebben een hekel aan voetbal) toog iedereen naar de ‘Safety Stop Pub’ om in alle comfort en veiligheid in de wedstrijd te duiken. Ondergetekende is geen groot oranjefan en kwam daarom pas na een kwartier in de tweede helft het cluppie versterken. Er werd ingetogen gejuicht en op gepaste wijze genoten, dit alles natuurlijk onder het genoegen van heel wat… water! Want duikers zijn verantwoordelijke mensen.
Voor de komende dag staat wat ontspanning op het programma. Om ons duiklog tot de vereiste 20 duiken aan te vullen mogen we morgen ‘um sonst’ mee naar een van de favoriete duikplekken om een dubbele diepduik te maken. Dat belooft veel ‘oh en ah’. Om wat terug te doen voor de visjes en het blekende koraal legt de boot daarna nog even aan bij een rif voor wat onderwater schoonmaakwerk. Er ligt helaas nog best het nodige afval tussen de onderwaterflora en dat is goed voor mens noch dier. Dus weg ermee. Morgen dus twee ‘Dives from Heaven’ en een ‘Dive to do well’.


