Doha!

Het klinkt bijna als een blije uitroep. Doha! Een mooi alternatief voor ‘Johee’, ‘Hola’ of ‘Aha’. Kort, krachtig en innemend. Geen idee of al die mooie termen ook maar enigszins slaan op de stad die Doha is. Vanuit de lucht hebben we er net wat schimmen van kunnen zien. Lichtjes overal, grote compounds en bijna-rechte wegen.

De twee vluchten van vandaag verliepen voorspoedig. Geen noemenswaardige ongemakken, maar wel een lekkere maaltijd. Qatar Airlines beroept zich erop een 5-sterren airliner te zijn. Aan het eten lag het in elk geval zeker niet. We kregen bruingebraden kip met smakelijke puree en een boeketje groene groentes. Daarbij een smakelijke rauwkostsalade, stokbrood, crackers, een heerlijke brownie met sinaasappeljam en een heuse Mars als extraatje. Een paar uur later werd er nog eens een wrap met kruidige kipvulling achteraan gegooid, samen met een munchy. Aan eten geen gebrek dus.

Overigens vond ik het opmerkelijk dat er vooral Chinees cabinepersoneel was. Ik had stiekem gehoopt op Arabieren in rare gewaden, of gesluierde dames met 1001-nachtenogen. Misschien vliegen die liever niet. Zou best kunnen.

Over een uurtje vertrekt onze laatste vlucht richting Kathmandu. Om bij dat vliegtuig te komen zullen we zo wel weer de bus moeten pakken. Hier binnen, in de vertrekterminal van Doha Airport, is alles lekker koel. Maar toen we net buiten liepen, schrokken we toch wel even. Het is hier middernacht, maar nog steeds zo’n 35 graden buiten. Even vroeg ik me af of we niet te dicht bij de nog warme motor stonden, maar ook onderaan de trap van het vliegtuig was het nog broeierig warm. Hoe houden ze dat hier uit in die lange gewaden?

Savanne

Dagen als deze doen je snel inzien dat plannen maken alleen zin heeft als het weer dat toelaat. Regen is een showstopper, harde wind kan een streep door de rekening zetten en met vorst is een plan ook al snel niet haalbaar meer. Maar warmte, die grote beperker vergeet je maar al te gemakkelijk… totdat hij je plannen daadwerkelijk dwarsboomt. Nu hadden we voor vandaag weinig grote ideeën, behalve een bezoekje aan het Thaise consulaat dan. Omdat we aan de Thaise grens alleen een 15-dagen visum kunnen krijgen, is het best een luxe om een consulaat om de hoek te hebben dat stempels voor 60 dagen afgeeft.

Het woord ‘luxe’ was overigens niet het eerste woord waaraan ik dacht toen ik de grote rij voor het loket zag staan. Rijen zijn m’n hobby sowieso niet, maar bij 40 graden (gevoelstemperatuur in elk geval) wordt wachten al snel smachten. Geen briesje te bekennen, geen ventilators en zeker geen airconditioning; alleen geduld. Gek genoeg was een van de twee rijen aanzienlijk korter dan de andere. Ik koos de kortere en aanvaarde de extra warmte die daarmee gepaard ging. In de rij ging het gerucht dat de visa voor Thailand gratis zouden zijn. Aan het loket leerde ik dat de visa inderdaad gratis zijn… vanaf volgende week. Jammer van het geld, maar na al het wachten en smachten had ik geen zin onverrichter zaken terug te keren.

Judica heeft niet zo goed geslapen door de warmte, dus zij bleef wijselijk achter op de kamer. Op mijn weg terug naar het guesthouse heb ik een ananasshake gekocht. De dame spendeerde een paar minuten aan het bereiden (ingrediënten: verse ananas, gezoete gecondenseerde melk, ijsgruis en een geheim vloeibaar goedje) en goot daarna de blender leeg in een plastic zakje! Grappig. Ze stak een rietje in het zakje, bond het dicht en gaf het geheel aan me in een klein zakje. Een raar gevoel, zo’n zak met ijswater. Enfin, Judica heeft er nog een slokje van genomen, de rest heb ik genoten.

Maar goed, morgen kunnen we onze visa ophalen en vertrekken we naar Tha Khaek in de hoop dat we daar wat verkoeling  vinden, misschien wel in een kano. Tot die tijd proberen we hier de hitte te bedwingen. En misschien nog wel lastiger is het om onze Australische ‘huisvriend’ te vermijden: hij houdt niet op met praten en terroriseert zo de enige plek in het guesthouse waar het nog een beetje uit te houden is. Hij is vast eenzaam en drinkt vast en zeker ook teveel van het gele goud, maar dat maakt de situatie alleen maar lastiger. Enfin, morgen vertrekken we.

Misschien nog een paar korte indrukken van Laos tot nu toe: in Mei is het er heel warm; mensen zijn allemaal heel relaxt en passen zich goed aan het weer aan. De Mekong is mooi en een intrigerend fenomeen omdat hij zo duidelijk arm van rijk scheidt. Vuilnisbakken worden hier gemaakt van oude banden, heel kunstig. Het eten is fantastisch en alom aanwezig. Langs de rivieroever zie je veel kraampjes waar ze vis en kip barbecuen. Vriendelijkheid is hier duidelijk de norm en mensen zijn zeker niet zo opdringerig als elders. Verder is Savannakhet vergeven van de kloosters. Mensen vallen duidelijk uiteen in twee groepen: monniken en koks. En ten slotte: het is hier warm.